|
Afwijkende verkeersregels
Alcohol: het maximaal toegestane alcoholpromillage is 0.
Autotelefoon: de bestuurder mag tijdens het rijden alleen telefoneren met een handsfree telefoon.
Gehandicaptenparkeerkaart: de Europese gehandicaptenparkeerkaart wordt erkend.
Gevarendriehoek: het is verplicht een gevarendriehoek in de auto te hebben. Op de autosnelweg moet deze op een afstand van 100 meter achter de auto geplaatst worden en op andere wegen op een afstand van 50 meter.
Keren op kruispunt: het is verboden op een kruispunt te keren.
Kinderen: personen jonger dan 12 jaar en kleiner dan 1,5 meter moeten achterin zitten en in een kinderzitje plaatsnemen of veiligheidsgordels dragen.
Minimumsnelheid: op autosnelwegen 50 km/u.
Motorrijwielen: roken tijdens het rijden is verboden. Ook overdag is het voeren van dimlicht voor motoren verplicht.
Overnachten: overnachten in de auto, camper of caravan langs de openbare weg is verboden.
Parkeren: parkeren is verboden binnen 30 meter voor een bushalte of binnen 5 meter achter een bushalte. Indien er een gestippelde lijn langs de weg loopt, geldt hier een parkeerbeperking.
Slepen: bij slepen maximumsnelheid 60 km/u.
Spoorwegovergang: voor en op spoorwegovergangen mag men niet harder rijden dan 30 km/u. Autobussen moeten voor de spoorwegovergang stoppen.
Verbandtrommel: het is verplicht een verbandtrommel in de auto te hebben.
Verlichting: motorvoertuigen moeten van oktober tot april ook overdag verlichting voeren.
Voorrang: binnen de bebouwde kom het verkeer van rechts, daarbuiten het verkeer op de hoofdweg. Verkeer op verkeerspleinen heeft voorrang op naderend verkeer.
|